De creatie van de biologische andere
Onze voorstelling van ‘de andere’ is grotendeels afhankelijk van hoe ons sociaal referentiekader deze kijk bepaalt. De eugenetische wetenschap, met zijn rassenleer en sociaal-darwinistisch principes, zorgde begin vorige eeuw voor een ultieme tegenstelling tussen superieure Übermenschen en inferieure Untermenschen. Op basis van biologische en statistische principes werd een biopolitiek verkondigd die zou leiden tot sterilisatiewetgeving en uiteindelijk massamoord en genocidaal geweld. De andere was biologische zo afwijkend en bedreigend dat uitroeien de juiste oplossing leek.
In deze lezing analyseren we hoe de toenmalige rassenleer werd vermarkt via een moorddadige propagandamachine. Vele landen maakten sterilisatiewetgeving om zogenaamde ‘gedegenereerden’ of ‘erfelijk zieken’ uit te schakelen, maar in nazi-Duitsland ging men verder. In een gradueel proces van polarisatie en radicalisering werd het denkbaar, en door de oorlogscontext uitvoerbaar, om de andere definitief te verwijderen. Hoe kon de kijk t.o.v. de ‘Andere’ zo afglijden en welke lessen kunnen we er vandaag uit trekken?