Soms valt je naam samen met een verhaal dat je zelf nooit had kunnen verzinnen. Er bestaat een naoorlogse Oostenrijkse film uit 1949 die in het Nederlands de titel kreeg SS Commandant Busch (origineel: Duell mit dem Tod).
Toen ik die titel voor het eerst zag, schoot er heel even een ongemakkelijke gedachte door me heen. Busch, SS, commandant, … Is er een familieverleden waar ik niets van weet? Mijn nieuwsgierigheid was meteen gewekt, want ik was zelf al jaren intens bezig met de vraag hoe geweldssystemen mensen vormen, sturen en soms doen ontsporen.
De geruststelling kwam pas toen ik de film uiteindelijk te pakken kreeg. “Commandant Busch” blijkt geen echte daderfiguur te zijn, maar wel een dekmantel. Het hoofdpersonage is een professor en verzetsman die zich als SS-officier vermomt om met veel bluf iemand uit de gevangenis te halen, in de hoop daarmee de resterende leden van een verzetsgroep te kunnen beschermen. Het is een fascinerend verhaal over morele moed en durf waarbij een uniform dient als toegangssleutel, hiërarchie als hefboom en angst als brandstof. En finaal wordt iemand onschuldig vermoord om een grotere groep van mensen te beschermen. Het maakt duidelijk dat de grens tussen goed en kwaad niet altijd helder is, maar wel het resultaat van een complex samenspel van talloze geweldsingrediënten zoals rol, context, groepsdruk, opportunisme, morele dilemma’s en zo veel meer.

Daar, in die grijze zone van samenspelende mechanismen, begint voor mij het echte begrijpen. Wie geweld wil begrijpen, moet niet alleen naar daders kijken, maar naar systemen die daderschap mogelijk maken.
Ik ben Christophe Busch, criminoloog, onderzoeker en auteur. Ik werk rond collectief geweld, radicalisering en polarisatie, en rond de vraag die als een constante doorheen onze geschiedenis loopt: hoe gewone mensen in staat zijn tot buitengewoon kwaad en wat er nodig is om dat te voorkomen.
Mijn professionele parcours begon in de forensische psychiatrie, waar ik werkte rond de behandeling van ontoerekeningsvatbare daders. Later stond ik mee in voor de uitbouw van een forensisch psychiatrisch zorgcircuit. In diezelfde periode behaalde ik een master in Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam.
In 2012 maakte ik de overstap naar Kazerne Dossin in Mechelen, het memoriaal, museum en onderzoekscentrum over de Holocaust en mensenrechten. Eerst werd ik operationeel directeur en in 2016 volgde ik Herman Van Goethem op als algemeen directeur. Sinds 2020 ben ik directeur van het Hannah Arendt Instituut, waar we de academische wereld en de praktijkwereld met elkaar proberen te verbinden: door onderzoek te vertalen naar de samenleving, en tegelijk prangende maatschappelijke vraagstukken terug te brengen naar onderzoek en beleid.
Onderzoek en praktijk bleven in mijn loopbaan altijd met elkaar verweven. In november 2022 promoveerde ik op het proefschrift Picturing Perpetration, The Holocaust seen through “the image as message”, over de complexiteit van dadergedrag bij collectief geweld en de rol van beeldvorming in processen van cumulatieve radicalisering. De voorbije jaren was ik daarnaast betrokken als expert polarisatie en radicalisering binnen verschillende overheidsdiensten, zowel nationaal als internationaal.

Een belangrijk ankerpunt in mijn werk is mijn onderzoek naar de daderwereld van Auschwitz en het befaamde Höcker-album. Een uitzonderlijke reeks foto’s genomen door SS-officier Karl Höcker, met beelden van ontspanning, plezier en kameraadschap – op een paar kilometer van de industriële massamoord. Die pijnlijke tegenstelling, tussen gezelligheid en vernietiging, toont hoe geweld niet alleen wordt georganiseerd met bevelen en ideologie, maar ook met sociale normaliteit: groepsvorming, rituelen, beloning, wegkijken.
Daarover schreef ik Het Höcker Album. Auschwitz gezien door de lens van de SS (2013, Nederlands / 2016, Duits). Het is een boek over over hoe daderschap zichzelf camoufleert, hoe systemen zichzelf “gewoon” maken, en hoe beelden daarbij niet alleen registreren, maar ook bevestigen en sturen.
Het verhaal van dat album bleef niet in het archief. Het dook jaren later op in populaire cultuur, precies omdat het zo ontregelend is. Omdat het zo veel zegt over het destructieve potentieel dat mens in zich draagt. Het theaterstuk Here Are Blueberries vertrekt vanuit ons onderzoek naar het fotoalbum dat bij het United States Holocaust Memorial Museum terechtkwam en legt dezelfde vraag op tafel: wat zien we in deze beelden en wat krijgen we vooral níét te zien? Ook films als The Zone of Interest maken die frictie voelbaar: het “gewone leven” van de daders naast georganiseerde vernietiging, alsof normaliteit en gruwel zonder schaamte naast elkaar kunnen wonen.
Die decennialange combinatie van onderzoek, werk in het veld en herinneringseducatie mondde eind 2023 uit in mijn boek De duivel in elk van ons. Van Holocaust tot terrorisme: hoe gewone mensen in staat zijn tot het plegen van buitengewoon kwaad. Vandaag geef ik lezingen in binnen- en buitenland over daderschap, collectief geweld, democratische weerbaarheid en de mechanismen die samenlevingen doen kantelen.